(23-03-2015)

Het CPB heeft gekeken naar de vermogensrendementsheffing. In
de huidige situatie wordt uitgegaan van een fictief rendement op vermogen van 4
procent, waarover 30 procent belasting wordt geheven. Daardoor is er in feite
sprake van een vermogensbelasting van
1,2 procent, ongeacht of het vermogen van mensen nou daadwerkelijk is gestegen
of niet.
Het kabinet wil af van die heffing. In het nieuwe
belastingstelsel moet volgens het kabinet voortaan het reële rendement op
vermogen worden belast. Hoe is echter nog niet duidelijk.
De opbrengst voor de schatkist is dan wel moeilijker te
voorspellen. Als bijvoorbeeld de beurs instort of de rente daalt erg, is er
minder echt behaald rendement en zullen de belastinginkomsten daarover dus ook
tegenvallen. Bij een stijgende beurs of stijgende rente zullen de opbrengsten
echter meevallen.
(16-03-2015)

Naar schatting zullen tussen de 5 en 6 miljoen belastingplichtigen middels hun belastingaanslag
inkomstenbelasting 2014 te maken krijgen met een lagere teruggave van belasting
of een hogere bijbetaling. Indien u onverwacht moet bijbetalen of u krijgt
minder terug, dan kan daar een goede reden voor zijn, namelijk:

* de algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk geworden
* als één van de partners weinig inkomsten heeft en dus de heffingskorting niet volledig
  gebruikt, kan deze partner onder voorwaarden (een deel van) de heffingskorting rechtstreeks
  van de Belastingdienst uitbetaald krijgen, het bedrag dat daarvoor geldt is echter voor
  partners geboren in of na 1963 verlaagd
* de arbeidskorting is meer inkomensafhankelijk geworden
* de hypotheekrenteaftrek is beperkt tot maximaal 51,5%
* het eigenwoningforfait is gestegen
* de aftrek kosten levensonderhoud voor kinderen jonger dan 21 jaar is verlaagd

Bij de inhouding van loonbelasting en bij de voorlopige aanslag is dit nog niet
allemaal (volledig) meegenomen waardoor er te weinig loonbelasting kan zijn
ingehouden en waardoor een eerder verleende teruggaaf te hoog kan zijn geweest
of de eerder betaalde voorlopige aanslag te laag.
(09-03-2015)

De Belastingdienst heeft onlangs besloten de G-rekeningen te
continueren en toekomstbestendig te maken. Met de banken is hierover overeenstemming
bereikt.
Het depotstelsel, dat als opvolger zou dienen gaat dus niet door.
De continuering van de G-rekeningen betekent dat de huidige
werkwijze omtrent vrijwaring voor het bedrijfsleven door storting op de
G-rekening ongewijzigd blijft.
Ook de doelgroepen blijven ongewijzigd. Het wetsvoorstel dat voorzag in een
verplichte G-rekening voor niet-gecertificeerde uitzendondernemingen treedt voorlopig ook niet
in werking en de mogelijke uitbreiding voor ZZP'ers om een G-rekening te openen
wordt niet verder verkend. De bestaande WKA-depots bij de Belastingdienst
waarop rechtstreeks kan worden gestort worden opgeheven en het
G-rekeningenstelsel wordt toekomstbestendig gemaakt.

De beslissing om te stoppen met de ontwikkeling van de
Depotservice hangt samen met de uitgangspunten uit de Brede Agenda van staatssecretaris
Wiebes waarin is opgenomen dat de Belastingdienst zoveel mogelijk teruggaat
naar zijn kerntaken.
De ontwikkeling van processen en systemen voor de
Depotservice was gestart naar aanleiding van een wetsvoorstel om het
G-rekeningenstelsel te vervangen door een depotstelsel. In maart vorig jaar besloten
de Belastingdienst, de Betaalvereniging en de banken tot een gezamenlijke
heroriëntatie mede vanwege opgelopen vertraging.

x