(3 december 2019)

Volgens de Algemene Rekenkamer moeten de autobelastingen op de schop. Zij melden dat de huidige autobelastingen niet altijd het gewenste resultaat op leveren, soms inconsequent zijn en in sommige gevallen het beleid niet ondersteunen. Staatssecretaris Snel moet beter letten op de bijdrage van de regelingen aan de luchtkwaliteit en klimaatdoelen, aldus het college.

In het rapport dat afgelopen woensdag gepubliceerd is staan 54 vrijstellingen, teruggaven en kortingen. Die zijn samen goed voor een verlaging van €2 miljard van de autobelastingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om regelingen voor bestelauto's, oldtimers, youngtimers, taxi's, ambulances, lijkwagens en invalidenvervoer.

Het fiscale voordeel in de huidige bijtellingsregeling voor auto's van de zaak van 15 jaar of ouder stimuleert waar het niet zou moeten stimuleren. En leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en CO₂-uitstoot. Er zijn verder onvoldoende prikkels om in schonere voertuigen te rijden en zo bij te dragen aan een beter klimaat, schrijft het FD.

Alleen de brandstofaccijnzen 'komen in de buurt van een belastingheffing naar gebruik' stelt het rapport. De aanschafbelasting voor bestel- en kampeerauto's en motoren (de bpm) wordt berekend aan de hand van de catalogusprijs en niet op basis van de CO₂-uitstoot. Wat wel het geval is bij de bpm voor personenauto's.

De dieselaccijns is aan de lage kant en bestelauto's van ondernemers zijn vrijgesteld van bpm en dat is bovenop een verlaagde motorrijtuigenbelasting. Tijd voor een evaluatie dus vindt het college.

De staatssecretaris benadrukt dat het belangrijkste doel van de autobelastingen is dat het een inkomstenbron is voor de schatkist. Dit doel dient het huidige stelsel. Alleen de bpm is niet consistent. De Rekenkamer stelt dat het beleid om meer elektrische rijders te krijgen de inkomstenstroom onder druk zet. Auto's met een stekker leveren in aanschaf en gebruik namelijk minder bpm en accijns op.

Het onafhankelijke orgaan wil ook de regelgeving rond de waardebepaling en het bijtellingspercentage voor privégebruik van de auto van de zaak beter onderbouwd zien.
De staatsecretaris verdedigt de keuze die daar is gemaakt voor een forfaitaire bijtelling van 22% van de catalogusprijs als de vanzelfsprekend grofmazige uitkomst van een 'mix van benaderingswijzen’.

(7 november 2019)

Pas in 2022 kunnen spaarders een eerlijker heffing over hun spaargeld verwachten.
Daarom betalen spaarders ook volgend jaar weer meer belasting over hun vermogen, dan ze rente krijgen bij de bank. De spaartaks is volgend jaar 0,54 procent van je vermogen, meldt staatssecretaris Menno Snel in antwoord op Kamervragen. En dat is dan alleen nog maar voor de relatief kleine spaarders, met een belastbaar vermogen tot 72.797 euro (de eerste 30.846 euro spaargeld zijn vrijgesteld). Grotere spaarders, moeten volgend jaar 1,27 procent van hun vermogen afdragen aan de fiscus over hun vermogen boven de 72.797 euro en de echt grote
spaarders betalen nog meer. De belasting voor vermogens vanaf iets meer dan een miljoen euro bedraagt volgend jaar 1,6 procent.


Over de vermogensrendementheffing, want daar gaat het over, is al jaren veel te doen. Door de lage rente, betalen spaarders meer belasting dan dat hun spaargeld aan rendement oplevert. En dat is oneerlijk, oordeelde zelfs de Hoge Raad eerder dit jaar. De Belastingdienst gebruikte jarenlang een veel te hoog percentage om uit te rekenen wat vermogen gemiddeld oplevert aan rendement en wat er vervolgens aan belasting over betaald moet worden. In 2013 en 2014 hanteerde de fiscus een tarief van omgerekend 1,2 procent belasting op spaargeld en beleggingen. Onhaalbaar, tenzij er grote risico's worden genomen met beleggingen, vonniste de hoogste rechter van ons land.

 

(23-07-2019)

 

Deze treedt per 1 januari 2020 in werking. 
Om voor de nieuwe Kleine Ondernemingsregeling (KOR) in aanmerking te komen gelden veel minder voorwaarden dan voor de huidige regeling. De nieuwe voorwaarden zijn:

- De ondernemer is in Nederland gevestigd of heeft hier een vaste inrichting;
- De omzet is niet hoger dan 20.000 per kalenderjaar.

Onder de oude voorwaarden kunnen alleen natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen gebruik maken van de regeling. Onder de nieuwe voorwaarden kunnen ook rechtspersonen, onder andere verenigingen en stichtingen, de nieuwe regeling toepassen, mits in Nederland gevestigd of met een vaste inrichting in Nederland. De omzetgrens geldt enkel voor leveringen en diensten die plaatsvinden in Nederland, ongeacht welk btw-tarief van toepassing is en of de heffing van BTW is verlegd naar de afnemer. De omzet die wordt behaald met leveringen en diensten die niet in Nederland plaatsvinden, worden hierbij niet meegenomen. De omzetgrens geldt per kalenderjaar. Dit betekend dat een ondernemer die in december van een bepaald jaar startgebruik kan maken van de KOR als zijn omzet in december maximaal 20.000 euro bedraagt. 
Als door een KOR ondernemer op enig moment de omzetgrens wordt overschreden, vervalt op dat moment de toepassing van de regeling. Alle reguliere btw-regels, onder andere het in rekening brengen van btw en het doen van btw-aangifte, gaan vanaf dat moment gelden.

Anders dan de huidige regeling moet een ondernemer die vanaf 1 januari 2020 de KOR wil toepassen, zich hiervoor aanmelden bij de Belastingdienst. Aanmelden kan vanaf 1 juni 2019 middels een formulier, welke te vinden is op de website van de fiscus. Op de website geeft de Belastingdienst aan dat ondernemers die vanaf 1 januari 2020 de regeling willen toepassen ervoor moeten zorgen dat het fomulier uiterlijk 20 november 2019 bij de Belastingdienst binnen is. Als een ondernemer het na 1 januari 2020 wil toepassen, adviseert de belastingdienst om uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak het formulier aan de Belastingdienst te sturen, in verband met een verwerkingsperiode van vier weken. Ondernemers die voor invoering van de nieuwe KOR al een ontheffing voor de administratieve verplichtingen hebben, hoeven zich niet aan te melden. Deze worden door de Belastingdienst automatisch aangemeld. Ondernemers die ervoor kiezen om de KOR toe te passen, doen dit voor minimaal drie jaar. Toepassing van de KOR komt ook te vervallen op het moment dat de omzetgrens van 20.000 euro wordt overschreden. Dit moet direct aan de Belastingdienst worden gemeld. Ondernemers die automatisch worden aangemeld voor de nieuwe KOR, omdat deze ontheffing hebben voor de administratieve verplichtingen, kunnen zich op ieder moment afmelden. Let wel dat na afmelding van de KOR vanaf het moment van afmelding drie jaar niet kan worden toegepast.


x